Zouten: metaal + niet-metaal
Moleculair: alleen niet-metalen
Metaal: alleen metalen
zilverion Ag + Ijzer(11)ion Fe 2+
nikkelion Ni 2+ Ijzer(111)ion Fe 3+
Zinkion Zn 2+ Tin(11)ion Sn 2+
Chroomion Cr 3+ Tin(1V) ion Sn 4+
Koper(1)ion Cu + Lood(11)ion Pb 2+
Koper (11)ion Cu 2+ Lood(1V)ion Pb 4+
Kwik(1)ion Hg + Ammoniumion NH 4+
Kwik(11)ion Hg 2+
Hydride-ion H – Waterstofcarbonaat HCO 3-
Fluoride-ion F – waterstofsulfaation HSO 4-
Chloride-ion Cl – Oxideion O 2-
Bromide-ion Br – Sulfide-ion S 2-
Jodide-ion I – Sulfietion SO3 2-
Hydroxide-ion OH – Sulfaation SO4 2-
Nitrietion NO 2- Carbonaation CO3 2-
Nitraation NO 3- Oxalaation C2O4 2-
Chloraation ClO 3- Fosfaation PO4 3-
Acetaation CH3COO- Silicaation SiO3 2-
Zouten: toepassingen, namen en formules
Naamgeving zouten: De naam van het positieve ion altijd voorop. Je hebt een positief ion en een negatieve bij elkaar dat is een zout. Een zout bestaat uit metalen en niet-metalen.
De formule van een zout geeft aan in welke aantalverhouding de ionen in een zout voorkomen.
De formule van een zout wordt daarom een verhoudingsformule genoemd.
Voorbeeld
Natriumsilicaat Strontiumfosfaat
Na+ SiO3 2- Sr 2+ PO4 3-
1+ 2- 2+ 3-
2 : 1 Na2SiO3 3 : 2 Sr3(PO4)2
In 4.1 was er ook nog een vraag waarbij je deze formule moest gebruiken misschien ook handig om even te onthouden:
Aantal protonen (elektronen) = atoomnummer
Aantal neutronen = massagetal – atoomnummer
Naamgeving moleculaire stoffen:1 mono
2 di
3 tri
4 tetra
5 penta
6 hexa
7 hepta
8 octa
9 nona
10 deca
Hoe ontstaat een zout?
Metaalatomen positieve ionen en niet-metaalatomen negatieve ionen.
Ionbinding of elektrovalente binding treedt op in een ionrooster.

Deze binding is het gevolg van de elektrostatische aantrekkingskrachten tussen positieven en negatieve ionen. (Zie afbeelding)
Naarmate de aantrekkingskracht tussen de ionen sterker is, is de Ionbinding sterker. Dit komt onder andere tot uiting in hogere smeltpunten en kookpunten.
Het oplossen van zouten in water
Als een zout in water oplost, laten de ionen elkaar los.
In de oplossing bevinden zich gehydrateerde positieve en negatieve ionen.
Wanneer zouten reageren met water;
Metaaloxiden lossen slecht in water op. Slechts Na2O en K2O zijn goed oplosbaar, terwijl CaO en BaO matig oplosbaar zijn. Bij het oplossen van deze oxiden reageren de O2-ionen onmiddellijk met H2O-moleculen. Hierbij ontstaan OH- -ionen.
Vragen:
1. Wat betekend Moleculair?
2. Hoe ontstaat een zout?
Bron: Scholieren.com